ASP

De aspirant zeekadet wordt zo snel mogelijk wegwijs gemaakt binnen het zeekadetkorps en het schip. Aan de hand van allerlei taken en opdrachten leren de aspiranten de eerste knopen, gaan ze roeien, wrikken en zeilen en leren ze de eerste grondbeginselen van veiligheid aan boord van het schip. Spelenderwijs worden de vele scheepsbenamingen geleerd. Naast theorie wordt ook het praktijkwerk aangevangen en zien we de aspirant 'op baksgewijs' staan, maar ook het leren hanteren van de wrikriem vraagt menig kwartiertje oefenen. En de eerste roeicommando's moeten eveneens in het geheugen worden geprent. Na 1 lesseizoen is de aspirant zeekadet vertrouwd met een aantal hoofdregels en volgt de installatie tot Zeekadet der Derde Klasse.

ZK3

Een uitgebreid vakkenpakket komt op Zeekadet der derde klasse (ZK3) af. De opleiding wordt nu gesplitst in een algemene opleiding, die in een drietal jaren naar het examen van het Klein Vaarbewijs toewerkt en daarnaast een brevetopleiding voor Sloepgast. Het brevet Sloepgast 2 omvat de beginselen van het zeilen en roeien. In feite zijn dat de basisvaardigheden die tenslotte alle zeekadetten moeten beheersen, ongeacht welk specialisme zij later kiezen.
De zeekadetten dragen een uniform zoals dat ook bij de Koninklijke marine gebruikelijk is. Dit uniform bestaat uit een buis met braniekraag en rouwdas. Op het uniform kunnen tekens aangebracht worden die aangeven welke stand (rang) de zeekadet heeft en welke brevetten behaald zijn. De zeekadet der derde klasse heeft nog geen onderscheidingstekens. Het hoofddeksel van de zeekadetten heet een muts waarop een mutslint is bevestigd met de tekst "Zeekadetkorps".
Na ongeveer een jaar opleiding bereikt de Zeekadet der derde klasse het moment dat na goed afleggen van de examens van de algemene opleiding en het brevet Sloepgast 2, een trede verder op de scheepsladder geklommen kan worden. De eerste gouden halve streep (een zogenaamde chevron) komt op het uniform en geeft aan dat de zeekadet nu meer van de scheepvaart afweet dan de gewone burger en is nu Zeekadet der tweede klasse (ZK2).

ZK2

De leerstof van deze opleiding gaat veel dieper in op wat de zeekadet tot dusverre meemaakte. De algemene opleiding komt weer een stukje dichterbij het examen van het Klein Vaarbewijs en ondertussen kan bij een van de dienstvakken gestart worden met een gespecialiseerde brevetopleiding.
Zij, die zich aangetrokken voelen tot het echte vaarwerk kiezen de dekdienst ofwel Nautische Dienst en kunnen het brevet Sloepgast 1 gaan behalen.
Anderen sleutelen liever aan motoren en gaan over naar de Technische Dienst. De machinekamer wordt hun domein en zij weten na verloop van tijd ook kleine storingen op te lossen. Het brevet wat zij eerst kunnen behalen is Machinist 2.
Een ander voelt zich happy achter het fornuis en kiest voor de Logistieke Dienst. Die verschaft hem mogelijkheden tot kokkerellen, waarbij hij zich verzekerd weet dat er genoeg bemanningsleden zijn om zijn product uit te proberen. Hier behaal je eerst het brevet Hofmeester 2.
Verder kent het zeekadetkorps nog de Verbindingsdienst, die de mogelijkheid biedt kennis op te doen van vlag- en morseseinen alsook in de radiohut voor het brevet seiner 2 te leren.
Zo zijn alle opvarenden druk bezig hun hobby te bedrijven en spelenderwijs leren zij aan boord van hun schip omgaan met zoveel apparatuur dat het beter is zelf een kijkje te gaan nemen. Ons korpsschip staat altijd open voor iedereen. Na zo een jaartje leerstof te hebben opgenomen volgt er weer een examen en volgt bevordering tot Zeekadet der Eerste Klasse.

ZK1

De Zeekadet der eerste klasse (ZK1) volgt een opleiding om de rang van Kwartiermeester te behalen. Zeekadetten van de Nautische Dienst kunnen nu het brevet Meestersloepgast gaan behalen. Met dit brevet op zak kan de zeekadet fungeren als sloepcommandant van een zeilboot.
Bij Technische Dienst kan nu het brevet Machinist 1 behaald worden. Een machinist is dan bijvoorbeeld in staat om zelfstandig in de machinekamer wacht te lopen. De verbindingsdienst verzorgt voor zeekadetten der eerste klasse de brevetopleiding Seiner 1, waarbij onder meer veel aandacht wordt besteedt aan elektronica van communicatieapparatuur.
Bij de de Logistieke Dienst kunnen zeekadetten het brevet Hofmeester 1 behalen. Deze opleiding behelst ondermeer het zelfstandig bereiden van maaltijden, inkopen en voorraadbeheer.
Uiteraard is het naast het bedrijven van al deze zo gerichte vrijetijdsbesteding de nodige tijd en aandacht in het programma ingebouwd voor echte ontspanning. Een vloot van kleine vaartuigen verschaft bij elk korps de mogelijkheid om te roeien en te zeilen, te zwemmen en te sporten. Na afronding van het instructieprogramma zijn velen zover dat zij aan jongere zeekadetten instructie kunnen gaan geven. Velen stappen in die periode ook over van de de middelbare school naar een beroepsopleiding op nautische of maritiem gebied. Met de ervaring die zij bij het zeekadetkorps hebben opgedaan kunnen zij een bewuste keuze doen en hebben ze zeker een voorsprong op hun klasgenoten. De basis is gelegd, een gedegen fundament om op verder te bouwen.

KWMR

Bevordering tot (KWMR) houdt tevens in dat de zeekadet als jeugdleider gaat functioneren en staat nu in feite aan de andere kant. De Kwartiermeester leert nu de jongere zeekadetten wat hij in het verleden als zeekadet ook geleerd heeft. Hij begeleid een groep kadetten en samen voeren ze opdrachten of werkzaamheden uit, gaan zeilen of onderhouden bijvoorbeeld een gedeelte van het schip.
De Kwartiermeester heeft in de algemene zeekadetopleiding voldoende kennis opgedaan om nu het Klein Vaarbewijs te behalen en kan aan het landelijke examen voor Vaarbewijzen deelnemen. Dit vaarbewijs stelt samen met de praktijkopleiding bij het zeekadetkorps het kader in staat om veilig met kleine vaartuigen en later met het korpsschip te varen.
De Kwartiermeester heeft hetzelfde uniform als de zeekadetten. Het rangonderscheidingsteken bestaat uit twee goudkleurige chevrons. De Kwartiermeester kan bevorderd worden tot Bootsman na tenminste twaalf maanden de rang van Kwartiermeester te hebben doorlopen en moet minimaal achttien jaar oud zijn.

BTSM

De Bootsman (BTSM) is iemand die meer en meer jeugdleider aan het worden is. Hij heeft als Kwartiermeester de nodige ervaring opgedaan en maakt vast deel uit van het kader van het dienstvak waar hij voor gekozen heeft. Samen met Kwartiermeesters begeleid hij een groep kadetten. Hij is bekwaam in alle "ins en outs" van het zeekadetkorps en korpsschip. Vanaf de rang van Bootsman is er een ander uniform dan de zeekadetten, namelijk een jasje met overhemd, stropdas en pet. Het petembleem is een koggeschip en het rangonderscheidingsteken bevat drie goudkleurige chevrons. Op de pet is een goudkleurig koggeschip afgebeeld. De Bootsman kan bevorderd worden tot Schipper na tenminste één jaar als Bootsman te hebben gefunctioneerd. Daarnaast dient er een vacature te zijn binnen het scheepskader voor de functie Schipper.

SPR

De Schipper (SPR) is iemand die naast Hoofd van een dienstvak staat en in principe geheel zelfstandig het dienstvak kan leiden. Hij heeft als team een of twee Bootslieden en Kwartiermeesters die hem bijstaan bij de uitvoering van de werkzaamheden. De SPR maakt samen met het Hoofd van het dienstvak het onderhouds- en opleidingsschema van de brevetten. Hij heeft voldoende kennis om zelfstandig dienst te draaien. De Schipper heeft net als de Bootsman een uniform met overhemd, stropdas plus pet. Het enige verschil is het rangonderscheidingsteken. Dit zijn vier in goudkleur uitgevoerde chevrons. De Schipper kan worden bevorderd tot Opperschipper na tenminste twee jaar Schipper te zijn geweest.

OSPR

De Opperschipper (OSPR) vervult bij de meeste Zeekadetkorpsen de functie van Chef d' Équipage. (CDE) Deze functie staat voor Chef van de bemanning en kader. Hij is de schakel tussen de Officieren enerzijds en de onderofficieren en zeekadetten anderzijds. Hij dient op de hoogte te zijn van alle achtergronden van alle zeekadetten en onderofficieren van alle dienstvakken om een zo goed mogelijke dagindeling te maken. Als voorbereiding op weekenden en kampen is hij verantwoordelijk voor een kloppend wachtrooster. Samen met de Eerste Officier is hij verantwoordelijk voor de uitvoering van de "Inwendige Dienst", zeg maar de dagelijkse gang van zaken binnen een zeekadetkorps. Het rangonderscheidingsteken is anders dan die van de Bootsman en Schipper, namelijk een half brede galon met driehoekskrul. De krullen op de galons van de opperschipper en de officieren zijn bewust niet rond uitgevoerd om verwarring met de galons van de Koninklijke marine en de koopvaardij te voorkomen. De Opperschipper kan na enige jaren als onderofficier gefunctioneerd te hebben benoemd worden tot officier nadat hij is voorgedragen door het bestuur van zijn plaatselijke zeekadetkorps bij het Hoofdbestuur van het Zeekadetkorps Nederland.

ZKO3

De Zeekadetofficier der derde klasse(ZKO3 of ZKOFF3) maakt deel uit van de officieren van een korps. Samen met enkele onderofficieren is hij verantwoordelijk voor een dienstvak. Tevens is hij verantwoordelijk voor het opleidingsschema voor de zeekadetten die zijn dienstvak hebben gekozen. Het bestuur van het plaatselijke zeekadetkorps kan ook mensen die geen onderofficier zijn geweest voordragen voor benoeming tot officier. Het gaat hier vaak om mensen die veel ervaring hebben op maritiem of nautisch gebied zoals stuurlieden, werktuigkundigen, loodsen, schippers enzovoort. Het uniform van de officieren bestaat uit een jasje met overhemd en stropdas plus pet. Het petembleem toont een goudkleurig koggeschip met lauwerkransen. Op de revers van het jasje staan "onklare ankers". Alle uitmonsteringen zijn uitgevoerd in goudkleur en het rangonderscheidingsteken van de Zeekadetofficier der derde klasse bestaat uit één brede galon.

ZKO2

De Zeekadetofficier der derde klasse wordt bevordert tot Zeekadetofficier der tweede klasse na tenminste drie jaar deze rang te hebben doorlopen. De uitmonsteringen van deze officier zijn gelijk aan die van de andere officieren. Het rangonderscheidingsteken is één brede en een halve goudkleurige galon.

ZKO2oc

De Zeekadetofficier der tweede klasse - oudste categorie (ZKO2oc of ZKOFF2oc) is de op één na hoogste officier binnen het korps. Er kan in principe maar één iemand binnen het korps deze rang bekleden, tenzij een van de dienstvakken een (oudere) officier nodig heeft met grote verantwoordelijkheden. De Eerste Officier (EO) heeft in principe de rang van Zeekadetofficier der tweede klasse - oudste categorie en neemt waar bij afwezigheid van de Commandant. De EO zorgt voor een goede dagelijkse gang van zaken aan boord tijdens korpsbijeenkomsten of kampen en maakt samen met de Chef d' Équipage de dagprogramma's. Het rangonderscheidingsteken bestaat uit twee brede goudkleurige galons.

ZKO1

Deze Zeekadetofficier is de Commandant van een zeekadetkorps. Zoals aan boord van een koopvaardij- of marineschip is er één persoon aan boord de kapitein. De Commandant is verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van een zeekadetkorps. Hij staat namens het bestuur van de plaatselijke stichting aan het hoofd van de scheepsleiding en is verantwoordelijk voor de bemanning en het materiaal. Het rangonderscheidingsteken van de Zeekadetofficier der eerste klasse (ZKO1 of ZKOFF1) bestaat uit twee brede galons met daartussen een halve galon.

Copyright © 2015 quality . All Rights Reserved . Design by W3layouts